Irish Crochet _ Iers haakwerk _ Iers Kantwerk

Antieke jurk, gefotografeerd in het Sheeling Museum of Irish Lace

Antieke jurk, onbekende makers. Gefotografeerd in het Sheeling Museum of Irish Lace

Iers Haakwerk, Irish Crochet , Clones Lace, Iers Kantwerk.
Er zijn verschillende namen voor deze haaktechniek. Helaas zijn er (nog) geen Nederlandse beschrijvingen van. Ik maak daarmee hier een begin. Ik bewerk en vertaal patronen. Daarvan heb ik er al veel weggegeven, maar dat doe ik nu niet meer. Ik vraag 5 euro voor 1 patroon, 4 euro voor het tweede en 3 euro voor het derde en ieder volgend patroon. Als je een patroon koopt, kun je bovendien altijd rekenen op mijn steun per e-mail.

Licht door suncatcher

Licht door suncatcher, gemaakt door mijzelf.

 

Traditioneel Iers haakwerk wordt van katoen gemaakt, of van linnen. Dun katoen, dun garen. Denk aan DMC 80 en haaknaald 0,50. Het is ontstaan in Ierland waar grote armoede ontstond na de mislukte aardappeloogsten in 1845.  Een miljoen mensen stierven van de honger en een miljoen mensen emigreerden naar andere landen. Rijkere vrouwen brachten de techniek naar Ierland en huurden leraressen in, vaak  uit Frankrijk. Men leerde de arme vrouwen haken en ontwikkelden een haaktechniek, gebaseerd op Frans kantwerk.  Arme families haakten de losse motieven en die werden samengebracht en door anderen verbonden tot kantwerk:  sjaals, kragen, manchetten etc. Een van de belangrijkste plaatsen waar het Iers Haakwerk gemaakt werd was Clones. http://nl.wikipedia.org/wiki/Clones

Naar die plaats is de Clones Knot genoemd. Een steek die heel belangrijk is in het Clones kantwerk.

Iedere familie had haar eigen motieven.  Kinderen moesten vaak al voordat ze naar school gingen een of meer motieven af hebben.

Die patronen werden NIET beschreven en werden geheim gehouden, want men werd betaald naar het patroon. Het is dus een van de eerste vormen van vrije-vorm haken. Men maakte zelf motieven en ontwikkelde die steeds verder. Daarom is het niet zo makkelijk een goed patroon te beschrijven. Het is een heel individuele vorm van handwerk. Kijken wat je doet, eventueel aanpassen, steekje meer of minder: het eindresultaat telt.

De latere patroonboeken die dateren van rond 1900 – 1920 zijn dan ook beschreven aan de hand van foto’s die later van de motieven zijn gemaakt. Er kunnen dus “fouten” in zitten. Die moet je dan maar zelf aanpassen aan je eigen persoonlijk stijl van haken.

Raamhanger, suncatcher_5406_800

Een van mijn eerste werkstukken. Ik moet nog steeds een manier vinden om het mooi en strak te spannen.

Een paar typische kenmerken van Iers haakwerk of Iers kantwerk.

1.Er worden losse motieven gehaakt.

Dat zijn oorspronkelijk meestal motieven, gebaseerd op de natuur:   bloemen, blaadjes, klaver (shamrock), krullen (scrolls)  en allerlei fantasiefiguren.

Het Iers Haakwerk is driedimensionaal.

Deze motieven worden vaak opgebouwd in verschillende lagen, bijvoorbeeld bloemen op blaadjes en daar een rand ringen overheen. En een dikke knop of knoop op de verbindingspunen. Daardoor krijg je een driedimensionaal effect in het kantwerk.

motieven_5238_800Het mooiste Iers Kantwerk is vast en stevig en gelijkmatig gehaakt.

Ieder los motief wordt dus apart “geblokt”: vastzetten met spelden op een kussen en nat spuiten en een nacht laten drogen.

8957_800

Soms kun je voor het blokken ook een stoomstrijkijzer gebruiken, maar ga dan heel voorzichtig te werk, want je wilt je mooie driedimensionale haakwerk niet plat strijken.
Het gebruik van stijfsel e.d. wordt niet aangeraden. Een motief of figuur moet van zichzelf al de juiste stevigheid hebben.
Het afwerken en wegwerken van het vulkoord kun je het beste doen na het blokken, omdat je tijdens dat proces nog iets kan doen aan het mooi in vorm brengen van je motief.

Juist omdat je losse motieven maakt en die opspaart tot je ze gebruikt voor een project  is het handig en logisch om al die motieven op dezelfde manier te behandelen en om ze te bewaren in een doos, waar ze schoon en plat en stofvrij kunnen liggen.

2. Er wordt gebruik gemaakt van opvuldraad, vulkoord…

…,  waardoor delen van motieven als het ware op het werk komen te liggen. Wat ook weer bijdraagt aan het driedimensionaal effect.  

De  dikke ringen, buttons, knopen,  die vaak voorkomen in Iers kantwerk, beginnen met vuldraad. Die ringen worden dan gebruikt in het midden van een bloem of voor het afwerken van een punt waar verschillende motieven, (blaadjes aan een stengel) bij elkaar komen.

Dit opvuldraad kan een draad dikkere katoen zijn, waar dan meestal twee tot vier draden van gebruikt worden, maar vaak zijn het er meer. Soms zelfs acht, zoals in de Indian Pine Cone. Maar ook wordt als vuldraad twee tot vier draden gebruikt van het garen waarmee je werkt. Om het vuldraad worden dan vasten en stokjes gehaakt. Soms over het draad alleen, soms ook als extra vulling voor een toer, waarbij je het vuldraad meeneemt als je (meestal in de achterste lus) in een vorige toer werkt.overvulkoord_5228_800

Dit is het meest typische aan Iers kantwerk: het haken over een koord en dat koord gebruiken om een mooie vorm te geven aan een figuur. Terwijl je aan het haken ben, moet je dus steeds je vuldraad een beetje aantrekken om bijvoorbeeld een mooie ronding te maken.

En dus NOOIT in het vuldraad steken met je haaknaald!  Als dat gebeurt kun het vuldraad niet meer aantrekken. Dat moet je regelmatig controleren en daar waar het vulkoord te zien is en niet meer aan te trekken is, moet je je werk uithalen.

Als je in kleur gaat werken is het  belangrijk dat het vuldraad dezelfde kleur heeft als je haakgaren, want je kunt vaak niet voorkomen dat het een klein beetje te zien is. Bovendien moet de achterkant  van je werk ook mooi worden en daar zie je de afwerking van je vuldraad.

Het is dus van groot belang dat je bij het werken met (over) vuldraad, steeds ook goed naar de achterkant van je werk kijkt:

TIP: trek niet alleen aan het bosje vuldraden, maar trek ook aan de draden afzonderlijk. Je zult zien dat dat een veel netter effect geeft.

Vulkoord_5633_800

vulkoord_5634_800

3. De losse motieven worden vastgezet op een ondergrond.

Het patroon van wat het uiteindelijke stuk moet worden. Daar zijn geen regels voor. Een papieren patroon kan als basis dienen. Dat kan een patroon zijn uit een modeblad, of een zelf bedacht patroon voor een stola, of een raamhanger. Een stoffen patroon, een stevig stuk katoen (vroeger werd batist gebruikt) wordt gebruikt om de motieven op de arrangeren. Je kunt ook een T-shirt of een jogging vest of een ander kledingstuk wat goed past, uit elkaar halen en dat als patroon gebruiken.

Motieven geregen op lap katoen.

Motieven geregen op lap katoen.

Dan worden de motieven op deze stoffen lap stevig vast geregen.
Meestal kan dat het beste ondersteboven. Dus met de goede kant naar beneden.  Dan kun je de motieven die uit meer onderdelen bestaan, eerst mooi en onzichtbaar aan elkaar naaien. En bovendien zullen de steekjes die je nodig hebt voor de verbindingen, minder zichtbaar zijn aan de goede kant.

Maar:  als je mooie motieven gemaakt hebt en je wilt die verbinden met een Clones Knot achtergrond dan doe je het anders:
Ieder motief eerst omringen met een rand van lossen en Clones Knots.  Dan die motieven op je ondergrond rijgen met de goede kant naar BOVEN. Want als je een clones knots achtergrond maakt, dan wil je dat die clones knots goed omhoog steken aan de goede kant van je werk.

fougere_fern6539_800

Krulmotieven, omringd door een rand van lossen met Clones Knots.

4. De motieven worden met elkaar verbonden met een luchtig haakwerk …

van lossen, soms met picots of “clones knots” er in verwerkt. Voor deze verbinding, die voor een groot deel het resultaat bepaalt  van het uiteindelijke werkstuk, wordt meestal, in het klassieke Iers Haakwerk-kantwerk, een garen gebruikt in dezelfde kleur als je motieven, maar wat dunner is, dan dat van de motieven. Tegenwoordig zijn er veel  veel Russische of Oost-Europese vrouwen die maken prachtige kledingstukken van dikker garen, met een ondergrond van dezelfde dikte, maar een iets andere tint. Alles mag en alles kan.

Prisc1 fig 36_ 5105_800

Deze luchtige achtergrond (ground) vormt daardoor een ondergrond en tegelijk een contrast met de wat dikkere motieven

5. De achterkant is ook belangrijk.

Omdat het kantwerk betreft, betekent dit dat alle motieven stuk voor stuk heel mooi moeten worden afgewerkt, zodat de achterkant er net zo netjes uitziet als de voorkant. Met name het wegwerken van het vulkoord, wat wel tot vier tot acht draden kan zijn, vereist aandacht.

6. Iers haakwerk is een vorm van “vrije vorm haken”.

Veel motieven zijn beschreven in het Engels en dat vormt een mooie leidraad. Maar vaak zul je iets moeten aanpassen. Dat maakt niet uit. Een steekje meer of minder zal niet opvallen in het eindresultaat. En je kunt zelf motieven verzinnen. Of een motief aanpassen. Een extra steek toevoegen om het vulkoord beter te verbergen. Een langer of korter steeltje maken. Bekijk daarom alle patronen als leidraad. Probeer wat goed uitkomt.

Alle onderdelen moeten wel vrij strak en mooi gelijkmatig gehaakt worden.

Daarom zal ieder blad, ieder motief, ook al wordt de beschrijving nauwkeurig gevolgd, er bij iedere haakster anders uitzien. Beetje strakker, beetje losser, koord een beetje aangetrokken of niet, dat maakt allemaal groot verschil. Ieder patroon kan ook naar eigen inzicht aangepast worden. Vind je het mooier om in de achterste lus in te steken dan doe je dat, werk je liever in beide lussen : ook goed! Probeer beide varianten uit en beslis wat je mooier vindt en wat volgens jou het beste bij je werkstuk past.

Vind je dikker of dunner vuldraad mooier: gebruik wat je zelf het beste lijkt. (Of wat je in de kast hebt liggen)

De diverse steken, zoals de Clones Knot, de Bullion Stich en de Picotloop, zijn op verschillende manieren te maken. Ik beschrijf ze hieronder – globaal –  in het hoofdstuk “Speciale Iers Haakwerk steken en motieven”. De beschrijving die gekozen wordt, hangt af van het originele patroon, maar ook van de foto die ongeveer laat zien wat het eindresultaat zou moeten worden. Ik heb me in mijn  vertalingen van de motieven zo veel mogelijk gehouden aan de beschrijvingen van het origineel, maar soms heb ik voor een variant gekozen, of ik voeg wat ideeën voor varianten toe.

Wie mijn patronen koopt, kan altijd rekenen op een extra uitleg indien nodig, of advies per e-mail.

Bijvoorbeeld een picot: Iedere ervaren haakster (haker) heeft zo een eigen manier om een picootje te haken en iedere manier is goed. Soms staat in de beschrijving specifiek vermeld: picot over 5 lossen. Of: picot met slipsteek (halve vaste), maar als je liever picots maakt met een vaste, dan is daar niets op tegen.

Dit geldt al helemaal voor de achtergrond. Die wordt niet beschreven, omdat je als haakster het patroon, de openingen tussen je motieven, moet volgen wat nodig is om een mooie gelijkmatige vulling te krijgen. Maar omdat de motieven al allemaal anders kunnen uitpakken, kun je nooit een precies aantal steken geven voor de achtergrond.

Dat wordt dus een kwestie van oefenen.

7. Ingewikkelde patronen.

Vlinders_5281_800

Kom je bij de wat ingewikkelder patronen, zoals bloemen met meer lagen, of de vlinders, dan krijg je een uitgebreide opsomming van vasten, halve stokjes, stokjes, lossen (ketting) etc.

Deze instructies moet wel precies gevolgd worden, steekje voor steekje. Zeker de eerste keer dat je z’on  motief maakt. Daarna kan je altijd nog gaan improviseren.

magneetbord

Een handig hulpmiddel hierbij is een metalen plaatje met langwerpige magneetjes, te koop in de handwerkwinkel.

 

====================================

Speciale Iers Haakwerk steken en motieven.

Gevulde ring, button.

Vaak wordt een motief begonnen met een opgevulde ring: draad een aantal keren om je pink winden, of om de achterkant van een dikke haaknaald of om een potlood.

Van het potlood laten glijden, haaknaald er door steken, haakdraad oppakken en de ring verder opvullen met vasten.

DUS:

Draai het vuldraad een aantal keren (minimaal 8 keer – soms tot 30 keer) losjes om het eind van een dikke haaknaald. (foto1)

ring1_5133

Ring maken. Foto 1

Laat dit dan voorzichtig afglijden en pak met je linker duim en wijsvinger het rondje vast.

Dan haal je met de haaknaald een lus van je haakgaren door het rondje.

Haak dan een toer vasten in het rondje. Kijk goed of ze mooi op elkaar aansluiten en haak het hele rondje stevig vol met vasten.

Kijk ook op de achterkant: het vuldraad mag nergens meer te zien zijn! Kwestie van een beetje aantrekken, soms moet je met je haaknaald het vuldraad wat wegduwen.

Knip je vuldraad  en de begindraad van je haakgaren gewoon af.

Een handig hulpmiddel voor het maken van deze  ringen is voor sommige haaksters: een rietje!

Draai je werkdraad – 15 keer –  of je vulkoord  – 8 keer – een aantal malen om een stukje van een rietje. Steek je haaknaald onder die windingen en begin met het maken van vasten. Een stuk of drie vasten. Het rietje is soepel, laat je haaknaald  makkelijk onder het garen steken.

 Afwerken van de ring:

Je kunt de toer vasten om je ring afsluiten met een halve vaste. Maar er is ook een onzichtbare manier die vooral goed gebruikt kan worden als je de ring verder niet bewerkt, maar deze gebruikt om een deel van je motief te bedekken, want deze  ringen worden ook gebruikt om de verbinding tussen bijvoorbeeld een blaadje en een stengel mooi af te werken..

 

======================

Clones Knot, Clones knoop.

Deze steek is genoemd naar de plaats waar die ontstaan is:  Clones is een plaats in het Ierse graafschap County Monaghan.

Er zijn verschillende manieren om deze “Clonesknoop” te maken. Maar geen van de manieren is makkelijk. Het is een steek, die veel voorkomt in het Ierse Kantwerk, maar ook eentje die veel oefening vereist.

ClonesKnots5243_800

Gevulde ring, met toer vasten en toer Clones Knopen.

Dit is het basisprincipe:

Maak een ketting van 5 lossen.

Neem een draad op, zoals je doet bij het maken van een stokje.

Ga dan met je naald onder de ketting en pak daar ook een draad op.

Dan weer boven een draad oppakken en dan weer onder.

Ga daar mee door tot je ongeveer 10 – 14 lussen op je naald hebt.

Die lussen op je naald moeten een mooie rechte lijn vormen, dus niet een rommelig geheel zijn.

En ze moeten niet te strak gemaakt worden.  Als je genoeg lussen op je naald hebt, houdt ze dan vast met duim en wijsvinger van je linkerhand ( als je rechts ben) en duw dan je haaknaald door , zodat die lussen – in een mooie rechte lijn – schuiven over een dikker deel van je haaknaald. Dan is het de bedoeling dat je nog een lus oppakt en die trek je in een keer door alle lussen op je naald. Dan maak je een losse. Of twee.   En nog een vaste, of een halve vaste OM de gemaakt ketting om de clonesknoop te omcirkelen en vast te zetten.

Voor deze steek heb je een goede en gladde haaknaald nodig. Er zijn mensen die zoeken lang naar een geschikte haaknaald en die bewaren ze apart voor deze steek. Nu zijn de haaknaalden tegenwoordig allemaal wel glad afgewerkt, maar toch is er verschil tussen het ene merk of materiaal of het andere.

Als je deze clonesknoop oefent zal het best vaak mis gaan. Dan blijft de lus die je wilt doortrekken halverwege al die lussen op je naald steken. Ga er dan niet te hard aan trekken, want dan loop je  het risico dat je garen breekt of dat het geheel een rommeltje wordt…………… Uithalen en opnieuw beginnen, oefenen! Dat is het motto.

DE expert op het gebied van Clones Knots is Máire Treanor, zij woont in Clones, de plaats waar deze steek naar genoemd is.

Zij geeft workshops op aanvraag en ieder jaar een Summerschool in Clones, Ierland. Kijk op haar blog: http://cloneslace.wordpress.com/

 

================

Roll Stich, Bullion Stich.

button_5456_800

In theorie gaat het er bij deze steek om, dat je een stuk of 10 (later wel tot 20) lussen op je naald neemt en die in een keer afhaakt. Dat klinkt makkelijk, maar in de praktijk lukt dat niet zo maar. Daar om is het een prima idee om er een borduurnaald als hulpnaald bij te nemen. Moeilijk uit te leggen, maar hier is de beste video die dat prima laat zien.

http://www.youtube.com/watch?v=qAqgcP7TZDg

================

Picotloop, Picotrij.

Haak in de voorste lus van de toer vasten:  in iedere vaste  een picot: [4 l. – een v. in 1e l. = 1 picot.]

1 v.  en 1 picot afwisselen. Dus op iedere vaste een picot maken!

Fig28_P1_5388_800

Typisch Iers Haakwerk- motief, met drievoudige picotloop in het midden.

Wil je de picotloop strakker, maak dan een vaste extra in de vaste waarin je ook een picot gemaakt hebt.

Drievoudige Picotloop:

Wordt uitgebreid beschreven bij het patroon van de bloem AINE (zie foto met gele bloem).

 

===================

Iers Kantwerk.

Het verbinden van de motieven tot een kantwerk voor een raamhanger, een tussenstuk in een bloes, een stola, een kleedje………….etc.

Prisc1 fig41_5102_800

 

1] Patroon. Bepaal wat je gaat maken. Neem als patroon een ontwerp wat je zelf tekent, of een voorbeeld wat je ergens gevonden hebt: De cirkel van de ronde ring voor een raamhanger. Het patroon voor een kraag. Een omslagdoek. Een babyjurk. Een topje voor jezelf. Een kanten rand voor onder aan een rok of t-shirt.

Alles is mogelijk.

2] Omtrek: Bepaal  de omtrek van je patroon. Knip dit patroon uit een lap stof met wat extra ruimte. Dus voor de ronde raamhanger knip je een ronde lap stof die iets groter is als de ring voor je raamhanger.

roemeenskoord_5643_800

Roemeens koord

stof: Neem een stevige stof om de motieven op te rijgen. Dan haak je een rand die precies om de omtrek van je patroon past. Dat kan een rij lossen zijn. Of lossen met vasten of een Roemeens koord.

Deze rand bevestig je (met de goede kant naar beneden) op de lap stof. Overal goed vastrijgen. Daarmee heb je de buitenkant van je patroon bepaalt.

klaar_5406_800

Raamhanger

3] Dan bepaal je hoe je de motieven wilt hebben. Het is zaak om daar rustig te tijd voor te nemen.. Heb je van alle motieven twee stuks en wil je het symmetrisch? Of heb je van alles wat? Of maak je een schilderijtje van bloemen en bladeren met een vlinder? Je arrangeert je motieven op de achtergrond, binnen de lijnen van de rand die je als omtrek hebt gemaakt. En/of je plaatst een motief net op een rand.

4] Vastrijgen: Als je weet hoe je het wilt hebben, dan draai je de motieven om. Want het mooiste is om de motieven met de goede kant naar beneden op de stof te rijgen. Neem dus de tijd om je ontwerp te bepalen en de motieven vast te maken op de stof. Op die manier zie je namelijk aan de goede kant veel minder van de steken die je gebruikt in je motieven om de achtergrond te maken.

5] Vervolgens ga je alle motieven die elkaar raken alvast aan elkaar naaien. Dat kan met je haakgaren, maar ook met gewoon naaigaren in dezelfde kleur.

6] De achtergrond haken.

 

Advertenties

2 Reacties

  1. Bedankt dat ik je volgen kan, hoop veel van je te leren en wellicht in de snelle toekomst zo ver te komen dat ik je patroontjes kopen kan… ze zijn, net als je overige werken, schitterend!

  2. KUNSTWERKJES! Schitterend!

Fijn als je een reactie geeft of commentaar levert!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: