Gratis patroon Iers Haakwerk: Krul 3: de krul met de ornamenten

Met garen nr. 10, haaknaald nr. 1 mm. en vulkoord nr. 8 heb je ong. 50 cm. vulkoord nodig. Neem 1 meter, vouw dat dubbel en maak je werkdraad vast in de lus.

Begin: 1 v.  over de lus van het vulkoord, een extra v. om de draad en vk. goed vast te zetten.

1]  100 vasten over het vk. (en begin van werkdraad) 

Vorm een ring op het einde door terug te steken in 30ste steek van het eind.

Je steekt je haaknaald achter de gemaakte vasten en over het vulkoord waar de die vasten op gemaakt hebt.

Laat het koord hangen.

Keer om terug te werken over de ring.

2]  4 l. –  1 v. in iedere derde vaste rond de ring ( steeds 2 overslaan) (= 10 maal)

Verder voorbij de ring: 4 l. – 1 v. in ieder vierde vaste. (steeds 3 overslaan)

Tot aan het eind van de  toer.

3]   Keer met  1 l.

1 v. over boogje van 4 l. –

( 4 l. ,  1 v. in ieder boogje.)

Herhaal tot eind van de toer.

1 v over  het vk. alleen. Daarmee heb je het vk. weer verbonden.

Keer.

4]  Pak het koord op en maak 6  v.  over vk.   in ieder van de volgende 8 boogjes van lossen.

Ook hier geldt: pas dit aan indien nodig. Als je heel dun werkdraad hebt en dik vulkoord, zul je meer steken nodig hebben om de boogjes goed te vullen. En dan nog moet je door wat boetseren de zaak mooi strak maken.

Trek de draden van je vulkoord goed aan. Maar zorg dat het werk plat blijft.

9 l.  Haal je haak uit de lus, steek terug in de 7e vaste en trek daar je werklus doorheen.

Over de 9 l:

3 v. –

 picot5 l. – 4 v. – picot 5 l. .- 4 v. –  picot 5 l. – 4 v. – picot 5 l.

– 3 v. .

Dan nog 2 v. over vk in hetzelfde boogje van de basis.

Als je denkt dat al die steken niet in het boogje passen moet je met je vingers de steken opschuiven zodat ze goed strak zitten.

6 v. over vk.  in het volgende boogje

***

6] 

7 l.  Haal je naald uit je werk en steek die terug in de 7e vaste en haal daar je werklus door.

Nog eens: 7 l. Haal je naald uit de lus, terug sla 6 v. over en steek terug in de 7e v.  en haal daar je werklus door.

Over de 7 l: 2 v. – picot 5 l. en 8 v.

Over volgende boogje van 7 l: 5 v.

9 l. Haal je naald uit en steek terug (sla 10 vasten over)  in de derde vaste vanaf de laatst gemaakte picot.

Over de 9 l:

Over het tweede stukje van de 7 l. boog maak 3 v. en nog een p 5 l. en 2 v. over dezelfde boog.

6 v. (over vk. ) over de twee volgende boogjes.

Herhaal vanaf  ***  nog twee maal.

Je hebt dan 1 klein  en 3 grotere ornamenten.

Aan het eind maak je strakke vasten over de overgebleven boogjes en

over de korte kant nog een paar vasten om het geheel mooi af te werken.

Een tegenovergestelde krul kun je op twee manieren maken:

1]    Als je steeds je vulkoord goed strak hebt aangetrokken, dan is het ook aan de achterkant niet te zien. Op die manier is er vaak niet een goede kant of een verkeerde kant. De goede kant is die, die jij zelf het mooiste vindt. De verkeerde kant is die, waarop het eind van het vulkoord wordt afwerkt. Op het eind werk je het vulkoord af door het terug te vouwen over je werk en het dan met je werkdraad aan de “verkeerde” kant van je krul goed vast te zetten .

2]  Maak eerst 30 vasten over je vulkoord en maak dan meteen een ring, en dan nog 70 vasten over vk. Terug: 4 l, 3 overslaan, 1 v. Herhalen tot bij de ring en daar  4 l., 2 overslaan, 1 v.

Nog een toer met boogjes.

Bij de laatste toer eerst de vier grotere ornamenten en op het laatst, tegenover de ring het kleinere ornament.

Bloem nr. 5 van Th. de Dillmont

Gratis patroon voor iedereen die wil kennis maken met Iers Haakwerk.

Scroll naar beneden voor meer ideeën.

Foto’s en beschrijving en vertaling door Ric Dirkx. Vertaling en bewerking van het origineel uit “Irish Crochet Lace”, editor Th. De Dillmont. DMC Library. Thérèse de Dillmont (10 October 1846 – 22 May 1890)

Dillmont 5the floweret

1.] Vouw vk. tot een ring. Maak 18 v. in de ring. Sluit met hv.

2.]   1 l. ( 1 v. op de eerste en tweede steek 2 v. op 3e steek ) 6 maal.  = 24 steken. Eindig met hv.

3.] 1 l. ( 1 v. op de eerste en tweede steek en 2 v. op 3e steek ) 8 maal.  = 32 steken. Eindig met hv.

4.] Eerste dichte  blad.   1. l. , 1 v. op ring.  Keer

Over vk. alleen 21 v. Keer

*

Sla 1e steek over. Zonder vk. 20 v., 1 v. op ring. (let op: goede kant naar voren). Keer

Sla de v. op de ring over. 20 v. op vorige toer. 1 v. over vk. Keer

Sla 1e steek over. Over vk. 20 v. en 2 v. op de ring. Keer

5.]  Open blad.

Sla de 2 v. op de ring over. 8 v. in beide lussen over vk. in vorige toer en 13 v. over vk. alleen.  Keer

3 l. , 1 v. in 4e steek. ( 3 l. , 1 v. in 3e steek ) 5 maal  = 6 lussen

2 l. en 1 v. op de ring. Keer ( 3 l. , 1 v. in  de 3-l. lus. )  6 maal

(dus niet in de eerste twee lossen). 2 l. en 1 v. over vk.  Keer

Sla 1e steek over – Over vk. 2 v. in 1e lus (van die twee lossen)

(  3 v. in de volgende lussen ) 6 maal. en 1 v. over vk. alleen.  2 v. op de ring. Keer.

Sla de v. op de ring over.

6]  Tweede dichte blad.

8 v. over vk. op vorige toer. 13 v. over vk. alleen. keer.

Herhaal v/a *

Maak 5 dichte en 4 open blaadjes.

7]    De verhoogde afwerktoer.

Ga verder over de ring over vk. tot aan 1e blad.

10 v. over vk. alleen. 1 v. in de 11e steek van het blad.

10 v. over vk. alleen, 1 v. in de 21e steek van het blad (= aan de rechterkant)

5 v. over vk. alleen , 1 v. in de eeste van de 13 steken aan de andere kant van het blad.

12 v. over vk. alleen, 1 v. tussen de blaadjes.

12 v. over vk. alleen,

Dan weer 1 v. in de rechterhoek van het blad,

5 v. over vk. alleen en 1 v. in de linkerhoek van het blad.

12 v. over vk. alleen en 1 v. tussen de blaadjes.  ETC.

Ga zo langs alle blaadjes en maak het laatste blad af op dezelfde manier

als het eerste blad.

8]  Het wielmotief in het midden van de bloem

Maak een dikke gevulde ring.

Over vk. 2 v. op de ring in de achterste lussen. Vouw het vk. tot een ring. Maak 15 v. in die ring.

Over vk. 3 v. op de ring. Herhaal tot de ring vol is. Eindig met 1 v. op de ring en een hv. in de 1e vaste.

OPM:

 _  Zorg ervoor dat de ringen steeds dezelfde kant op gevouwen zijn.

_ Trek steeds goed aan vk.

_ Zorg er voor dat alle ringen even groot zijn.

Eucalyptus motief

Iers Haakwerk. Maar dan weer anders. Een foto uit Inspirations Magazine, bracht mij op het idee om zelf zoiets te maken. Overal gezocht naar patronen van een Eucalyptusbloem en naar patronen van een gehaakte Libelle. Niet te vinden. Dus heb ik zelf maar wat motieven bij elkaar gezocht en de eucalyptusbloem en de libelle zelf verzonnen.

De motieven zijn gehaakt met een witte katoen nr. 20 en haaknaald 0,7 mm. De achtergrond, de netting, is een kwestie van stug doorwerken. Boogjes haken met garen DMC 80 en naald 0.5 mm en daaromheen dan weer vasten met picots.

De voortgang van een Iers Haakwerk project.

Eerst de losse onderdelen

Deze losse onderdelen, groter en kleiner, soms heel klein, zijn in de loop van een paar jaar verzameld. Ik maak allerlei motieven en die verbind ik dan met een achtergrond steek ( de netting) tot een soort kleedje. De motieven zijn in verschillende garens in verschillende diktes en in verschillenten tinten wit. De netting is bijna allemaal gehaakt met garen nr. 80 en naald 0.5 mm.

En dan heb je een doos vol motieven en denk je: Wat moet ik er mee? Al die “kleedjes”, medaillons etc. zijn met verschillende garens en naalddiktes gehaakt. Toch besloot ik er een geheel van te maken. Heel veel meters gehaakt van een zelfde randje. Met dat randjes steeds een deel van het haakwerk, wat bij elkaar past, omranden en vullen met een achtergrond steek. Door steeds hetzelfde randje te gebruiken ontstaat er toch een soort eenheid. Die losse stukken die niet zo heel groot zijn, zijn ook makkelijk te verwerken. Je ziet de roze stof waarop ik steeds een deel van de motieven heb geregen met de goede kant naar beneden. Het is een soort van schilderen met draadjes, want iedere keer verandert het idee voor een achtergrond en waar een bepaald motiefje het beste tot zijn recht komt en waar nog wat bij mag. Ik heb mijn dozen met losse motiefjes allemaal erbij gehaald en ook nog heel wat motieven erbij gehaakt.

Daarna nam ik een heel groot stuk stof en rangschikte die onderdelen daarop. Ik dacht aan een heel grote sjaal, omslagdoek. De manier waarop ik rangschikte bleef steeds veranderen. De hele grote lap lag wekenlang op mijn vloer….

Uiteindelijk had ik de vorm en de grootte zoals ik die dacht te willen hebben, maar besloot toen toch om nog meer onderdelen toe te voegen. Ik moest nog een extra stuk stof aan de lap naaien. Hieronder een video waarop een deel van het project te zien is. Het is nog lang niet klaar. Dus wordt vervolgd.

You Tube film om te laten zien wat je kunt doen met Iers haakwerk.

Vlinders in Iers Haakwerk

Het originele Iers Haakwerk is wit of cremekleurig en de onderdelen worden samengevoegd tot kantwerk. Het moderne Iers Haakwerk, zoals veel gedaan Oost Europa en Rusland is veelkleurig. Ook daar worden de motieven samengevoegd tot kantwerk, iets minder fijn dan het originele, maar soms wel prachtige kunstwerken.

Fig43P2 (2)
Vlinder. Fig43P2. Deze vlinder komt uit een oud (1912) boek over Iers Haken, gratis te vinden op antiquepatternlibrary.org. Geschreven in oud-Engels en daarom niet makkelijk te lezen. Moderne versies van dit patroon zijn te vinden op E-bay en Amazon en in Russische tijdschriften.

Vintage crocheted butterfly. Door mij gehaakt maar niet vertaald.
Roemeens koord, bullionsteken, Tenerife kant, ringen etc.
Vlinder Fig. 41 P2 Patroon vertaald en te koop
Patroon vertaald en te koop
Patroon vertaald en te koop

The artist is the creator of beautiful things. To reveal art and conceal the artist is art’s aim. The critic is he who can translate into another manner or a new material his impression of beautiful things.

Weer een antiek Iers Haakwerk motief.

Takjes met 4-lagen bloemen
Fig 56 Priscilla 1

Een antiek Iers haakwerk motief.

Het is het takje met bloemen, figuur 56 uit Priscilla 1. Ik vind dit weer een prachtig voorbeeld van de veelzijdigheid van Iers Haakwerk. De motieven heb ik al een poos geleden gemaakt, in verschillende diktes. Maar om het ergens in te kunnen gebruiken, wilde ik er een stukje kant van maken.

Ik heb het oorspronkelijke motief uit het boek wat uitgebreid en er mijn eigen draai aan gegeven. Met een heel dunne naald en heel dun garen heb ik geprobeerd de netting, de achtergrondvulling zo mooi mogelijk te maken. Maar dat blijft steeds een uitdaging…. De motieven zijn gehaakt met naald 0.6 en de netting,de opvulling met naald 0.5.

Picot bigouden

De Franse versie van Iers Haakwerk.

Picot Bigouden is de Franse (Bretagne) versie van het “Iers” haakwerk. Ook losse motieven, ook vulkoord. Het vulkoord is een dikke katoenen draad.

Dit is- door mij –
gehaakt met een antiek linnen draad en naald nr. 1.00 mm.picot bigouden1

 

Iers Haakwerk krullen

Er is geen boek  over Iers Haakwerk in het Nederlands. Ik heb al redelijk veel materiaal, maar: Er schijnt in Nederland geen belangstelling voor te zijn. Men vindt het te moeilijk, heb ik gehoord. Dan is er geen uitgever. Dan is een uitgave in eigen beheer ook geen optie natuurlijk. Ik ga hier af en toe een stukje laten zien wat ik geschreven heb.

Krullen          





Krullen als deze, komen in allerlei variaties voor in Iers Haakwerk. Ze worden gebruikt om randen af te werken, hoeken op te vullen,   of als vulling in een groter paneel, etc. Je kunt allerlei patronen vinden in allerlei boeken en websites, maar alleen in het Engels…..Dit is mijn variatie: 

Materiaal: Iedere dunne katoen is geschikt. Bijv.  katoen no. 10 en naald no. 1. of  1,25 Andere foto’s: Linnen garen nr. 30 en naald nr. 0,75. En Katoen nr. 70 en naald 0,4.  Belangrijk:  Iers Haakwerk moet heel strak gehaakt worden. 

Haak dus vast en maak regelmatige steken die dicht tegen elkaar aanliggen. Gebruik een dikkere katoen als vulkoord. De lengte, hoeveelheid vulkoord is afhankelijk van de dikte van je garen en dus hoe groot het motief wordt. De indicaties die ik geef, zijn voor werkgaren nr. 10. Om het vulkoord vast te maken: Vouw het vulkoord dubbel, steek je haaknaald door de lus van het vulkoord, haal je werkdraad er door en maak een vaste. Dan nog een vaste tussen de beide draden. Het haken over vulkoord vereist enige oefening: strak haken, het vulkoord (alle draden afzonderlijk) regelmatig aantrekken zodat het niet te zien is. 

krul1_1

KRUL 2: De krul met de puntjes rondom…..(chesnutleaf)ICLchesnutleaf_5227_800

Materiaal: Met garen nr. 20  (naald 1 mm) en vulkoord nr. 10 heb je voor dit motief ong 40 cm. dubbel vulkoord nodig. Meet 80 cm. af en vouw dit dubbel.  Steek je

1 ]  Maak 55 vasten over het koord [en over het eindje van je werkdraad].krul2_3

2 ]  Laat het vk. hangen, keer.  Maak 1 l. om te keren.

Over de lossen maak 1 v., (3 l. , sla drie v. over, 1 v.)

Herhaal dit tussen ( ) nog 12 maal, eindig met 1 v. Dan heb je 13 maal een  3-l. boogje. Keer.krul2_4

3] Herhaal de vorige toer: Begin met 1 v. in eerste boogje en maak dan 3 l. en dan  1. v. in het boogje van 3. l. van de vorige toer.

Eindig met 3 l. en 1 v. in de laatste vaste. Dan heb je weer 13  boogjes.

4 ] Niet keren.  Pak het vk. op en maak 6 v. over het vk. alleen. Keer

Nu trek je aan het vk. – ook aan beide draden afzonderlijk – om er voor te zorgenkrul2_5

  • dat je het vk. niet meer ziet, aan beide kanten van het werk EN
  • om het blad een mooie ronde vorm te geven.

5 ]  Sla drie v. over, maak 3 v. op de volgende 3 v., over vulkoord.Krul2_6

4 v. over vk. alleen, 1 v. in het eerstvolgende boogje.

Werk op die manier alle boogjes: 4 v. over vulkoord alleen en 1 v. in het boogje en houdt de spanning van het vk. in de gaten. Aan het eind van de toer zorg je voor een mooie ronding:

Eindig met 4 v. over vk, 1 v. in zijkant en 2 v. in laatste 2 v.

Niet keren.Krul2_7

Krul2_8

Krul2_9

6 ] 1 v. extra over vk. in de buitenkant van het blad. Over vk. alleen: 1 v. , 2 st. , 1 p. , 2 st. , 1 v.

Dan 1 v. over de vorige toer, dus ook over het vulkoord van de vorige toer.

Hierbij sla je ongeveer 6 –  8 vasten over.  Dat hangt er een beetje van af hoe strak je dat vulkoord had aangetrokken en hoe rond je vorm is.

Dit herhalen. Het maakt niet uit of je 6 puntjes krijgt of 8, als ze maar mooi verdeeld zijn en het vulkoord goed aangetrokken is.

De laatste vaste van deze binnenbocht is op de eerst zichtbare vaste van de vorige toer in de buitenbocht.

7] Zo werk je verder om de buitenbocht en maakt daar dezelfde puntjes.

Daar kun je de vasten maken op de vaste van de vorige toer.

Eindigen met een halve vaste, zonder vulkoord.

Iers Haakwerk: Zwarte bessen motief

Dit motief komt uit Priscilla Irish Crochet Book Vol. 1, wat gratis te downloaden is van antique patterns.org

Bessen waren niet gemakkelijk,  nu ben ik wel tevreden over het effect.

fig49_p1_7418 fig49_p1_7419 fig49_p1_7423

Klassiek Iers Haakwerk motief

Dit motief komt uit een van de oude boeken. Ik heb nog steeds een voorkeur voor de oude, klassieke Iers Haakwerk motieven. Het is gehaakt met DMC garen 60 en een haaknaald 0.5 mm. Dat was wel een uitdaging, maar ik hem mijzelf een vergrootglasbril kado gedaan en dat helpt wel. Ik weet nog niet wat ik er mee ga doen. Uiteindelijk wordt het een fraai stukje fijn kantwerk.

%d bloggers liken dit: